Het gras is altijd groener bij de buren.

Zo’n 12 jaar geleden, we woonden nog maar net in ons nieuwe huis, stond ik in de voortuin de hortensia’s te snoeien.
Mijn hartsvriendin, die een jaar later helaas overleed, kwam bij me langs. Het was voor mij een periode waarin van alles gebeurde. En zeker niet alleen maar mooie dingen zoals verhuizen naar een prachtige plek met een heel groot huis. Ze kwam om even bij te praten, maar toen mijn vriendin uit de auto stapte, stond ze eerst stil naar mij te kijken.
“Heb je al bedacht wat mensen denken die jou hier in de tuin voor dit huis lekker zien tuinieren?”, vroeg ze.
Ik moest lachen, want ze wist dat ik dat zeker had gedaan, maar vroeg haar wat zij dacht van het beeld  van mij in de tuin.
“Nou, om het maar even overtrokken te zeggen ; Daar staat een mevrouw die zwemt in t geld, die denkt dat ze meer is omdat ze in een groot huis woont en die haar dagen vult met wat rond scharrelen in haar bloemenperkje. Met andere woorden: die heeft ‘t prima voor elkaar in het leven en hoeft zich nergens zorgen over te maken”.
Dat ik wel heel veel geluk had om hier te mogen wonen had ik zelf al bedacht, maar toen ze dit zo cru zei, dacht ik dat er inderdaad ook op deze manier zou worden gekeken.
Mijn gras moest in de ogen van anderen vast heel erg groen zijn. En dat kon ik ook best begrijpen, want in bepaalde opzichten was mijn gras dat ook.
Maar het beeld dat ik daar liet zien was natuurlijk maar een deel van het verhaal. Een hele mooie buitenkant.
Wat er zich achter mijn gordijnen afspeelt daar weten meestal alleen mijn vrienden en familieleden vanaf.
En dat is wat mij betreft prima, want met wat er in mij leeft aan zorgen en problemen, daar wil ik zelf of met hulp van dierbaren mee dealen.
Terwijl ik dit type denk ik aan mijn columns en boeken. Want hoewel ik mijn leven bij wijze van spreken niet in de krant zet, deel ik wel veel over mezelf in de stukjes die ik schrijf. Alleen staat het dan een ieder vrij of ze er kennis van willen nemen ja of nee en ze hoeven er ook niets mee te doen.
Om op het begin terug te komen: het beeld dat je van iemands buitenkant hebt qua leven, is dat wat jij er zelf op projecteert.
Stel dat je al tijden zonder werk zit en het dreigt dat je je huis moet verkopen, dan kan het zijn dat je mij maar een geluksvogel vindt. Of erger, als je al wat verbitterd bent, dat je mij toedicht dat ik het geld voor het huis wel door oneerlijke praktijken bij elkaar heb gegraaid.
Heb je daarentegen zelf een leuke baan, genoeg geld en een heerlijk huis, dan boeit het je waarschijnlijk helemaal niet hoe ik woon.
De meeste mensen begrijpen heus wel dat niemand zonder kleerscheuren door het leven komt. Overal is wel wat. De meeste zorgen en problemen van anderen zijn alleen niet voor de buitenwereld zichtbaar. Dat wordt het pas als er iets ernstigs gebeurt zoals een levensbedreigende ziekte.
Dan is het gras van de buren niet meer groener, maar zie je juist je eigen tuintje weer en wil je absoluut niet ruilen.
Het beeld van anderen wordt dus altijd gekleurd door hoe jij er op dat moment in het leven zelf voor staat.
En om twee uitersten te noemen: je hebt de mensen die iedereen alles gunnen, ondanks hun eigen verdriet en zorgen, en de mensen die hun hele leven afgunstig zijn en nooit op het idee komen iets aan hun eigen leven te veranderen.
Inmiddels woon ik al weer 13 jaar in dit heerlijke huis en ben er echt elke dag dankbaar voor. Het is een soort familie huis geworden met de jaren. Mijn moeder mocht hier liggen toen ze ziek was en mijn vader overleed hier in de speciaal voor hem ingerichte kamer. Wat een geluk dat dit kon.
Maar het is en blijft maar een huis. De bewoners ervan zijn mensen net als iedereen en dat betekent dat mijn figuurlijke tuin soms overwoekerd is of uitgedroogd. En toch wil ik met niemand niemand ruilen. Jij wel?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *