“Als een vlinder”, maar dan echt.

Ongeveer 7 jaar geleden kwam hij bij mij binnen. Een boos jongetje van 10. Hij keek me niet aan en zei praktisch niets. Alleen de reepjes kinderchocolade vielen in de smaak.
Zijn moeder had me al het een en ander verteld over de reden van zijn komst en ik wist al dat er onder die boze blik een bang schoolkind zat dat ook bij mij op zijn hoede was. Hij werd gepest op school en zijn oplossing was tot dan toe, verdediging door de pesters te slaan.
Het duurde wel even voor ik zijn vertrouwen kreeg. Hij zei op een dag, dat hij vond dat hij steeds maar antwoord moest geven en dat hij eigenlijk niets van mij wist. Prachtig! Hij mocht me dus van alles vragen en voortaan vertelde ik zo nu en dan iets over mezelf en mijn kinderen waardoor hij zichzelf ook meer ging bloot geven. De behandeling in de stoel vond hij fijn en hij bleek heel gevoelig. Zag veel en stond er voor open. Zijn houding ten op zichtte van kinderen en mensen in het algemeen veranderde wel een beetje in de loop van de tijd, maar hij bleef het moeilijk vinden om contact te maken, omdat de overtuiging dat zijn verhaal geen waarde had, erg diep zat.
En toen kwam de dag dat hij te horen kreeg dat hij een tumor in zijn hoofd had. 14 jaar en dan dit bericht. Van wat dat met hem deed wil ik 1 ding belichten. Hij veranderde van een gesloten kind in een open jongeman. Zijn verhaal kreeg ineens waarde en hij vertelde me van alles over zijn visie op het leven, en de dood. Ik zat soms met open mond naar hem te luisteren. Zo jong, zoveel wijsheid.
Een jaar na het nare bericht kwam mijn boek uit. “Als een vlinder weggevlogen”. Over het leven en sterven van de 9 jarige Annejet.
Het had zijn belangstelling en ik gaf het hem voor zijn 16e verjaardag. Hij las het en zei dat hij er precies zo over dacht als ik het had geschreven. Een tijdje later vertelde hij dat zijn moeder het ook gelezen had en dat hij tegen haar had gezegd dat ze nu wist hoe hij er over dacht.
En dat waren geen loze woorden. Hij leefde zolang het kon alsof hij hier nooit meer weg zou gaan, maar genoot van alle mooie dingen alsof het de laatste keer zou zijn.
Hij sprak ook over liefde. “Sommige mensen kunnen de liefde niet in woorden geven, maar maken met hun handen iets moois om het te tonen”. Hij doelde op zijn ouders en ik kreeg kippenvel omdat hij begreep dat liefde in vele vormen gegeven kan worden.
Hij is maar een korte periode boos geweest, boos dat dit hem overkwam, maar ik denk nog bozer om het feit dat hij nu ineens de aandacht kreeg die hij altijd had gemist van de buitenwereld. Nu ik ziek ben heeft mijn verhaal wel waarde, zo zei hij, maar later relativerend dat hij nu zichzelf ook durfde te laten zien en dat daar natuurlijk ook een andere reactie op kwam.
En nu is het laatste stukje van zijn leven aangebroken. Gisteren heb ik afscheid van hem genomen. Rustig lag hij in bed met de poes er naast. Ik vroeg hem of hij er nog steeds op dezelfde manier in stond. “Ja hoor, ik lever in, maar hier moet ik doorheen. Je neemt ook niet echt afscheid hoor, we kunnen elkaar later weer zien”.
Allemaal waar, voor ons althans, maar ik kon mijn tranen niet bedwingen.
Ik vroeg hem of hij al wist wat voor teken hij me (en zijn broer en ouders) wil gaan sturen als hij toe is aan contact vanaf de andere kant.
Er gingen allemaal voorbeelden door mijn hoofd, maar eerlijk gezegd was ik niet verrast toen hij zei : “Ik stuur je een vlinder”.
(met toestemming van betrokkenen geplaatst)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *